Op dit moment zijn er erg veel verschillende synthesizers te koop en ook een aantal freeware synths zijn erg goed. Bedenk dat we in Logic niets hebben aan DX of VST instrumenten, we willen audio-unit (AU) instrumenten. Door het enorme aanbod is geluiden programmeren dus niet echt nodig zou je zeggen. Je zoekt in het enorme aanbod naar het geluid dat je zoekt. Toch is het wel handig een aantal basiszaken van een synthesizer te kennen om de sound nog beter in je songs te laten passen. Onder een synthesizer versta ik hier een instrument dat zelf geluid genereert. Een sampler zoals de EXS24 of KontaktPlayer spelen bestaande samples af.
De ‘oudste’ vorm van synthese is de Subtractieve synthese. Qua bediening ook het makkelijkst te leren. Een of meerdere oscillatoren genereren een toon obv een zaagtand, sinus of blok. Door deze door oa filters te sturen ontstaan boventonen. Bekendste voorbeelden hiervan zijn de synthesizers van oa Moog, ARP 2600. Meerdere oscillatoren die in toon niet zuiver waren, gaven ineens een zeer vette sound. De synth-sound is geboren. We hebben het nog steeds over de analoge wereld, – met stroompjes door kabels enzo. Digitaal bestond nog niet.
In de oudste synths zaten nog meer componenten die we nog steeds tegenkomen op moderne softsynths. De componenten van een subtractieve synthesizer zijn:
1. Oscillator, de bron van het geluid, elke golfvorm, zaagtand, blok en sinus. probeer de verschillende golfvormen en leer wat voor geluid ze maken.
2. Filters, filters maken het geluid, Met filters verwijder je een deel van het geluid (Cut-off) of versterkt je bepaalde gebieden (Resonance), draai maar eens aan deze knoppen dan begrijp je wat ik bedoel.
3. Amplifiers (of Enveloppes), zie je terug als atack, decay, sustain en release, ADSR. Hiermee bepaal je het volumeverloop van een geluid, oftewel korte aanslag, lang uitklinken, sustain houd een toon vast. Attack bepaald de aanslag, release het uitklinken van een noot als je de toets loslaat.
4. LFO. trillingen of modulaties die een geluid ‘rijker’ maken. Dit kunnen trillingen zijn in toonhoogte maar ook de mate waarin filters ‘open’ en ‘dicht’ gaan. LFO’s worden aangestuurd door bijv het modulatiewiel op je keyboard, hoe hard je een toets aanslaat (velocity), maar ook pedalen, extra midi-schuifjes of zelf ‘breath-controllers’. de mogelijkheden zijn eindeloos.
Alle effecten zoals Chorus of Compressie komen pas na deze onderdelen. Iets dat vroeger nog wel eens zat ingebouwd en nu ook is de step-sequencer of arpeggiator. Hiermee wordt een patroon van noten gespeeld. Dit geeft vaak een hypnotiserend gevoel aan muziek.
Synths kunnen vaak erg intimiderend overkomen. Draai vooral eens aan de knoppen en luister wat er gebeurt. Sla de instelling op en maak dan nog eens een geluid. Als je een synth eenmaal kent , kun je er echt muziek mee maken. Film-muziek bijvoorbeeld.
